Doorgaans zijn telers in de zomer bezig met de waterhoeveelheid in hun bassin oplettend te monitoren. Het maximaal benutten van hemelwater is voor vele telers een eerste denkpiste om slimmer met water om te gaan. Het is namelijk “gratis” ter beschikking indien je het kan opvangen en opslaan. Het grote nadeel van hemelwater is dat telers niet te kiezen hebben wanneer deze neerslag uit de lucht valt. Afgelopen jaren merkten we dat het neerslagpatroon sterk van jaar tot jaar afhangt. 2024 is tot nu toe, vergelijkbaar met 2023, een jaar met enorm veel neerslag. Vanaf januari 2024 is er veel regen gevallen in onze regio, waarbij in de eerste zeven maanden van het jaar al 737 mm neerslag is gevallen. Ter illustratie, in de periode 2012-2022 viel er in onze regio jaarlijks gemiddeld 834 mm neerslag.
Om dit hemelwater maximaal te benutten werden in het kader van Life-ACLIMA in 2021 enkele investeringen uitgevoerd. Zo werd de opslagcapaciteit van hemelwater vergroot door het installeren van een tweede bassin op Proefcentrum Hoogstraten (PCH) en ook de opvangcapaciteit werd vergroot door het koppelen van extra dakoppervlakte van de loods.
Afgelopen zomer bleek dat door de toegenomen opslagcapaciteit op PCH er geen tekort aan hemelwater was. Het goed gedimensioneerde bassin op PCH zorgt voor voldoende opslagcapaciteit van hemelwater om in onze teelten te gebruiken. Zeker de natte maanden mei en juli hebben er dit jaar voor gezorgd dat het waterniveau in het bassin niet te veel afnam. Het positieve hieraan is dat we dus opnieuw voor een tweede jaar sinds het nieuwe bassin de teelten uitsluitend met hemelwater en hergebruik van drainwater hebben kunnen irrigeren. Eind augustus is het bassin ongeveer 91% gevuld, dit is uitzonderlijk aangezien trends over de jaren heen aangeven dat in september het laagste niveau van het bassin doorgaans wordt bereikt. Aangezien onze regio uitzonderlijk weinig droge of zonnige zomerdagen heeft gehad is het dus een redelijk atypisch jaar. Op basis van onze resultaten van vorige jaren komen we met dit watervolume toe om de rest van het jaar succesvol af te sluiten op uitsluitend hemelwatergebruik.
Benieuwd of we in drogere jaren ook deze doelstellingen kunnen halen door onze implementaties om het gebruik van hemelwater te maximaliseren.
Op 15 oktober werd de eerste belichte tomatenteelt geplant in de nieuwbouw van PCH. In totaal zijn er vijf belichte afdelingen, waarvan vier van 500 m² en één van 1000 m². Alle afdelingen zijn uitgerust met dynamische led lampen, met een maximaal lichtniveau van 325 µmol en een variabel spectrum in rood, blauw, groen en verrood. (COOLSTACK MAX DYNAMIC). Daarnaast werden ook overal een assimilatiedoek (PhormiTex Noctis) en een energiedoek (PhormiTex Bright+) geïnstalleerd. Er werd dit jaar gekozen voor de rassen Xandor XR (Axia Vegetable Seeds) en Bronski (Enza Zaden) als referentie in de belichting. Komend seizoen zullen er heel wat proeven lopen, waaronder een proef van het Led-FR project, een rassenproef trostomaten, een proef rond generatieve sturing, een proef rond watergift en een substraatproef. In de volgende maanden zal ook de onbelichte serre verder afgewerkt worden, zodat we daar in januari kunnen planten.
Hieronder bieden we je een kort overzicht van de belangrijkste bevindingen en vorderingen binnen het project ENERGLIK.
Wil je er graag helemaal induiken?
Dan vind je hier de presentatie van de begeleidingsgroep.
En hier vind je het verslag van de begeleidingsgroep.
Binnen het project ENERGLIK zijn er 4 innovatietrajecten: een CO2-installatie, schermen, ontvochtiging en schimmelsensoren.
De CO2 -installatie is ondertussen gearriveerd op Thomas More. Het gaat om een Single stage PSA installatie met een feedback loop. Het energieverbruik moet nog gemeten worden, net zoals de recovery. Het toestel is al elektrisch aangesloten, maar echte testen moeten in komende jaar nog plaatsvinden. Rookgassen gaan via de ontvochtigingstank en koeling naar de tanks waar de CO2/N2 scheiding zal plaatsvinden.
Damptransport door schermen wordt veroorzaakt door diffusie doorheen openingen in het scherm en niet-uniforme convectie. Dit is de overgang tussen twee verschillende lagen. Damptransport door luchtbeweging doorheen schermen is hierbij verwaarloosbaar omdat er onvoldoende wind in een serre aanwezig is. Wanneer je een micro geperforeerd scherm neemt zal er condens ontstaan verder weg van de openingen en niet dichtbij deze openingen. Energie-efficiëntie bij ontvochtiging is meer dan 100%. Dit wil zeggen dat schermen een economisch haalbare techniek zijn om tot energie-efficiënte ontvochtiging te komen. Dit kan nog verder geoptimaliseerd worden. In het tweede deel wordt er gewerkt rond ontwikkeling van nieuwe EB-schermen.
Wat betreft de ontvochtiging zal er aan de dampwarmtepomp verder worden gewerkt op UGent. Op PSKW wordt een ander type voorzien door Maurice Kassenbouw. Deze laatste voorziet ook een ontvochtigingssysteem bij Botany. Deze wordt geïnstalleerd in oktober voor aanvang van de teelt.
Bij de schimmelsensoren blijft het de bedoeling om een werkend prototype te bouwen en dit nadien in de teeltproeven uit te testen. Voorlopig is het lastig werken door de moeilijke opkweek van Botrytis cinerea.
Verschillende onderzoekcentra slaan de handen ineen en nodigen u met veel trots uit voor de 1e Duurzame Substratendag! Deze dag staat in het teken van nieuwe, duurzame substraten voor de tuinbouwsector, in combinatie met teelttechniek en de rol van sensoren. Wij bieden u een gevarieerd programma met onderzoekers die hun ervaringen en resultaten delen, beleidsmakers die de huidige stand van zaken vertellen, en een panelgesprek met telers, beleidsmakers en de potgrondsector waarin uitdagingen voor de toekomst worden besproken.
Het event gaat door in het Marie-Elisabeth Belpairegebouw (Simon Bolivarlaan 17 te Brussel) op 13/11/2024 vanaf 13u. Inschrijven kan nog tot en met 5 november. Meer informatie, programma en de inschrijvingslink vindt u op de website van PCH: https://proefcentrum.be/duurzame-substratendag
Uit praktijkervaringen blijkt dat een aantal rassen, zowel tros- als losse tomaten, gevoeliger kunnen zijn voor Macrolophus-schade. Daarom voerden we op PCH bij tros- en -losse tomaten schade tellingen uit bij verschillende rassen. Voor tros tomaten werden telkens 15 trossen per ras op schade beoordeeld, bij de losse tomaten werden telkens 30 vruchten geteld. Bij de onbelichte trostomaten werden er 4 keer schade tellingen uitgevoerd bij 12 verschillende rassen. Voor de losse tomaten en belichte tros tomaten werden tellingen uitgevoerd op 9 rassen, waarbij er respectievelijk 5 en 6 schade tellingen gebeurden (Tabel 1). Tijdens deze beoordeling werd het aantal trossen/losse tomaten met schade genoteerd. Omdat er in de zomer meer schade was en er merkbare verschillen in schadebeeld zichtbaar waren, maakten we hierbij een onderscheid tussen (1) alleen steekschade; (2) verkleurde steekschade; (3) steekschade en vervormde vruchten en (4) verkleurde steekschade en vervormde vruchten.
Bij de eerste beoordeling in week 21 (tros onbelicht & los) en week 13 (tros belicht) werd er relatief weinig schade gezien. Er zijn drie factoren die deze lage waargenomen schade kunnen verklaren. In de eerste plaats is de Macrolophus populatie in deze periode nog aan het opbouwen. Daarboven werd er in deze periode nog bijgevoederd en was er witte vlieg aanwezig in de drie teelten, wat er waarschijnlijk voor gezorgd heeft dat Macrolophus voldoende voedsel tot zijn beschikking had, en dus geen interesse had in de tomaten. In de afdeling met de belichte trostomaten bleef het aantal witte vlieg zeer hoog (maximum rond de 140 individuen) gedurende de beoordelingsperiode, wat waarschijnlijk gezorgd heeft voor een lagere gemiddelde schade in vergelijking tot de andere afdelingen. Bij de losse tomaten en de onbelichte trostomaten bleef dit aantal veel lager, met een kleine piek (tot 60 getelde individuen) bij de onbelichte trostomaten tussen week 27 en 35.
Bij de losse tomaten kwam Tobinaro er beduidend slechter uit dan de andere rassen, met schade tellingen van 98%, 96% en 100% respectievelijk in week 27, 30 en 35. Patzcuaro en Rebelski bleken het allebei beduidend beter te doen dan de andere beoordeelde rassen met een gemiddelde schade van respectievelijk 29% en 41%. Tobinaro vertoont hier ook de meest ernstige schade, met gemiddeld 11% verkleurde en vervormde vruchten.
Bij de onbelichte tros tomaten vertoonde Rhodium een grotere gevoeligheid in vergelijking met andere rassen, waaronder zijn ‘broertje’ Bronski, met schade tellingen van 93% en 86% respectievelijk in week 27 en 40. Marinice en Martinique kwamen er beduidend beter uit dan de andere beoordeelde rassen met een gemiddelde schade van respectievelijk 38% en 31%. Rhodium vertoont hier ook de meest ernstige schade, met gemiddeld 17% verkleurde en vervormde trossen.
Bij de belichte tros tomaten kwam 22K951754 er beduidend slechter uit dan de andere rassen, maar de schade blijft relatief laag met een maximale schade meting van 76% in week 21 en een gemiddelde schade van 48%. Het ras Xaverius XR doet het beduidend beter dan de andere rassen, met een gemiddelde schade van 25%. Deze teelt deed het in het algemeen beter, er werden ook praktisch geen verkleurde en vervormde vruchten waargenomen.
Wanneer er opvallende schade zichtbaar was bij de rassen na één week bewaring, hebben de keurders dit genoteerd als opmerking bij de beoordeling van de bewaarproeven. Dit geeft een beeld van de ernst van de Macrolophus schade na doorkleuring. Er gebeurden 5 bewaarproeven en bij iedere proef kwamen meerdere keurders beoordelen, wat resulteerde in een totaal van 16 beoordelingen per ras. In de proef van de belichte trostomaten kreeg Climundo de meeste opmerkingen hierover, de andere rassen kregen 0 of 1 opmerkingen. In de onbelichte proef kregen Macxize XR, EZ 3330 en Bronski respectievelijk 6, 4 en 2 opmerkingen. Bij de overige rassen werd Macrolophus schade 0 of 1 keer opgemerkt. Bij de losse tomaten kregen, met uitzondering van Rebelski, alle rassen minstens één opmerking over Macrolophus schade. Tobinaro en EZ 3145 kregen in deze proef de meeste opmerkingen.
We kunnen concluderen dat er grote verschillen zitten op de gevoeligheid aan Macrolophus schade tussen rassen. De schade kwam het meest op in de zomer, waar de meeste vruchten in meer of mindere mate schade vertoonde. Tijdens deze proef lijkt de belichte teelt ook minder gevoelig te zijn dan de onbelichte teelt, mogelijks door het hoge aantal witte vlieg.
Bij tomaat en paprika werden dit jaar alternatieve organische substraten vergeleken met steenwol. Bij tomaat bleek dat steenwol het beste presteerde qua productie en omzet, vooral dankzij een snellere start van de productie. Bij paprika waren de verschillen minder uitgesproken en was het organische Lensli-substraat veelbelovend met een minimaal verschil in productie en een hoger vruchtgewicht.
Op 12 december 2023 plantten we het tomatenras Tobinaro (Enza Zaden), getopt en geënt op een onderstam van Maxifort. De plantafstand bedroeg 50 cm met een stengeldichtheid van 2,81 stengels/m². In deze proef werden twee organische substraten, namelijk Greenline Food van Lensli (25% veen, rijstkaf, schors, houtvezel en kokos) en Agaris (kokos, compost en schors in teeltbakken), vergeleken met steenwolmatten (Grodan GT Master). Tot augustus kregen alle substraten dezelfde watergift, waarna grotere gietbeurten nodig waren voor Lensli en Agaris om voldoende drain te behalen.
De voorlopige resultaten tonen een duidelijke voorsprong voor steenwol in de totale productie bij tomaat. Tot en met week 38 bedroeg de productie bij steenwol 45,3 kg/m², terwijl Lensli en Agaris respectievelijk 43,1 kg/m² en 43,9 kg/m² produceerden. Het aantal vruchten per m² was ook het hoogst bij steenwol (298,7 vruchten/m²), met een daling van 8,7 vruchten bij Lensli en 10,9 vruchten bij Agaris. Wat betreft vruchtgewicht presteerde Agaris iets beter dan steenwol (152,4 versus 151,8 gram), terwijl Lensli iets lager scoorde (148,8 gram). Deze teelt zal nog tot het einde van het teeltseizoen worden opgevolgd.
Het verschil in productie is vooral te wijten aan een tragere start bij de organische substraten. Het Agaris-object begon een week later met de productie en liep in de eerste weken achter. De zetting bij Agaris was ook lager in vergelijking met de andere substraten. Bovendien was de uitgroeiduur bij Agaris langer, namelijk 2,3 dagen meer dan bij steenwol. Lensli begon eveneens trager, maar haalde deze achterstand sneller in dan Agaris.
Steenwol zorgde voor een betere gewasgroei, met een lengtegroei van 5 cm meer dan Lensli en 7 cm meer dan Agaris. Ook bleven er bij steenwol minder vruchten achter in ontwikkeling. Op het gebied van vruchtkwaliteit, zoals Brix-waarde en hardheid, werden geen significante verschillen gemeten tussen de drie substraten.
Op 30 november 2023 plantten we de paprika’s van het ras Capirossi (Rijk Zwaan) met een plantafstand van 32 cm en een stengeldichtheid van 7,1 stengels/m². In deze proef vergeleken we steenwolmatten (Cultilene EXXellent) met het organische Greenline Food substraat van Lensli op basis van veen, rijstkaf, schors, houtvezel en kokos. De watergift werd gedurende de hele proef gelijk gehouden in beide objecten, gebaseerd op de drain.
De verschillen in totale productie bij paprika waren minder uitgesproken dan bij tomaten. Tot en met week 38 produceerde het Lensli-substraat 21,4 kg/m², slechts 0,2 kg minder dan steenwol (21,6 kg/m²). Dit verschil was vooral te wijten aan een lager aantal vruchten per m² bij Lensli, namelijk vier vruchten minder in totaal. Aan de andere kant had Lensli een hoger gemiddeld vruchtgewicht van 197,5 gram, tegenover 192,5 gram bij steenwol. Ook deze teelt zal nog tot het einde van het teeltseizoen worden opgevolgd.
Net als bij de tomaten vertoonde het paprikagewas op het Lensli-substraat een vertraagde start. De productie begon een week later bij Lensli dan bij steenwol. Daarnaast zien we geen verschillen in groei, stengeldikte, groeikracht of volume tussen beide substraten. Ook in de vruchtkwaliteit zijn geen duidelijke verschillen waargenomen.
ILVO organiseert op 11/12 een event met de naam 'Optimal production planning to help reduce food waste in tomato production'. Tijdens dit event zal een uiteenzetting gegeven worden over de toekomst van de voedselindustrie om voedselverliezen tegen te gaan. Deze workshop wordt georganiseerd in kader van het Horizon EU project ZeroW. Op het event zal een nieuwe technologie voorgesteld worden die tomatentelers kunnen helpen om de productieplanning te optimaliseren, gebruik makend van artificiële intelligentie. Er zal de mogelijkheid zijn om meer info te krijgen over deze technologie, maar ook om toepassingen te leren kennen en verbeteringen te bespreken.
Als je interesse hebt, kan je je inschrijven door een mail te sturen naar Lisa.vandenbossche@ilvo.vlaanderen.be voor 1/12/2024.
locatie: Marie-Elisabeth Belpaire gebouw, Simon Bolivarlaan 17, 1000 Brussel, zaal 05.N.06
agenda:
| agenda | 11/12/2024 14u-17u |
| 14:00 - 14:15 | Welcome and Introductions |
| 14:15 - 14:30 | What is the challenge for tomato growers? |
| 14:30 - 14:55 | How can we optimize tomato production using computer vision and AI? |
| 14:55 - 15:15 | Coffee break |
| 15:15 - 16:15 | What are the barriers and opportunities on the policy, technological, socio-cultural, organisational and value chain dimension? |
| 16:15 -16:45 | How can we overcome these barriers? |
| 16:45 -17:00 | Closing |
E. Aussems et al, PTN 17 2024
Voor de biologische bestrijding van luizen zetten paprikatelers een heel arsenaal bestrijders uit. In een proef werd onderzocht of we deze verscheidenheid aan bestrijders kunnen vervangen door alleen Macrolophus uit te zetten, maar dan wel in grotere aantallen. Dat was in deze proef op alle vlakken succesvoller.
L. Herman et al, PTN 17 2024
De sluipwesp Trissolcus basalis is momenteel de enige commerciële natuurlijke vijand van de Nezara viridula. Dit nuttige insect wort preventief ingezet met wekelijkse uitzettingen op honderd punten per hectare. Uit proeven in paprika blijkt dat het tweewekelijks uitzetten van een dubbele hoeveelheid sluipwespen even effectief is als de wekelijkse uitzetting van een enkele dosis.
F. De Ridder et al, PTN 17 2024
Bij het openen van de schermen 's morgens treden er dikwijls temperatuurschommelingen op. Vaak zijn die gerelateerd aan de ingestelde buistemperatuur. Door de stooklijn te volgen, kan je zowel positieve als negatieve temperatuurschokken vermijden.
L. Herman et al, PTN 17 2024
Net als de vorige jaren produceren de proefrassen rode paprika opvallend meer dan het referentieras Margrethe. Proefras Mathieu produceert zelfs 28% meer en moet niet inboeten op kwaliteit. Alzamora produceert geen grovere vruchten door alleen stamvruchten aan te houden. Het andere proefras van Rijk Zwaan toont een mooie glans en vorm, maar is samen met PR11329 aan de fijnere kant. Eén van de hoogproductieve rassen van De Ruiter had wel wat last van binnenrot.
L. Herman et al, PTN 17 2024
Het gekende gele paprikaras Levente laat zijn productiecijfers opnieuw voor zich spreken. Bij Sardinero compenseert de goede kwaliteit wat voor de mindere productie. Zo is het referentieras dit jaar opnieuw zeer sterk tegen binnenrot, terwijl de andere gele rassen hier wel wat last van hebben. Chero doet het goed qua sortering en productie, maar vertoont wel een lager vruchtgewicht in vergelijking met de twee referentierassen. De nieuwe proefrassen scoren over het algemeen goed op kwaliteit, maar lopen wat achter in productie of hebben dezelfde resistenties als de gekende rassen.
L. Herman, PTN 17 2024
Zowel productief als kwalitatief kan proefras 35-BG1709 van Rijk Zwaan mee met Frazier. De kleuring is voer het algemeen bij de twee rassen niet optimaal, vooral te wijten aan lichte vlekken op de vruchten en doorkleuring. Ook zilvervlekken vallen op bij beide rassen.
S. Pot et al, PTN 18 2024
Bij tomaat en paprika worden dit jaar alternatieve organische substraten vergeleken met steenwol. Bij tomaat blijkt steenwol het best te presteren qua productie en omzet, vooral dankzij een snellere start van de productie. Bij paprika zijn de verschillen minder uitgesproken en is het oranische Lensli-substraat veelbelovend met een minimaal verschil in productie en een hoger vruchtgewicht.