Sinds 1 augustus staan de tomatenplanten in de quarantaine-serre. Maar de voorbereidingen zijn al enkele weken eerder gestart, met een sterke focus op de veiligheidsmaatregelingen. In de serre staat een kooi van 12 x 6,5 meter, volledig omhuld met insectengaas. Deze kooi is groot genoeg voor 4 goten, die samen 160 planten dragen. Er is ook een veiligheidssas voorzien voor extra ontsmetting van inkomend en uitgaand materiaal en voor omkleden naar de aanbevolen veiligheidskledij. Het drainwater wordt opgevangen en aan het eind van de proef gedesinfecteerd.
Ook de tomatenplanten hebben al een traject doorlopen. Na het arriveren op PCH werden ze binnen 24 uur gevaccineerd met het PMV-vaccin. Ze hebben daarna 14 dagen in de serre van PCH kunnen acclimatiseren voordat ze naar de quarantaine-serre werden getransporteerd. Op 9 augustus worden ze geïnoculeerd met ToBRFV via de kopblaadjes van de bovenstam. Om kruisbesmetting te voorkomen, hebben de planten elk hun eigen substraatmat, oogstmesjes en schaartjes. Ook worden er tussen de verschillende rassen steeds andere handschoenen gebruikt. Voor elke ras worden er vier herhalingen voorzien.
De proef loopt zolang het weer het toelaat. Elke 14 dagen worden er staalnames van blad en wortel genomen, worden bladscores en vruchtscores toegekend naar ToBRFV symptomen, en vindt een traditionele gewasbeoordeling plaats. Daarnaast worden er staalnames van het drainwater gedaan gedurende de proef. We hopen op minstens drie oogstmomenten.
Een ZERO-WASTE teelt omvat opbindmaterialen die duurzame verwerking van de mengstroom mogelijk maakt of een opbindmethodiek die resulteert in een zuivere plantaardige stoom. Daarnaast is de teelt pas afvalloos als ook op vlak van teeltsubstraat stappen gezet kunnen worden naar hernieuwbare grondstoffen die kunnen worden hergebruikt in de tuinbouw. In 2021 en 2022 vonden praktijkproeven plaats op Inagro, Proefcentrum Hoogstraten (PCH) en Proefstation voor de Groenteteelt (PSKW) in respectievelijk een komkommer-, paprika- en tomatenteelt, met als doelstelling duurzamere alternatieven voor de huidige praktijk te evalueren en te vertalen naar adviezen voor de sector. De onderzoeksresultaten en inzichten die hier verworven werden, zijn gebundeld in een rapport. U kan het volledige rapport terugvinden via onderstaande link.
De zuidelijke groene stinkwants (Nezara viridula) is een plaaginsect dat inmiddels bij minstens een derde van de Vlaamse paprikatelers voorkomt. Het kan productieverliezen tot 10% veroorzaken doordat de vruchten vervormen en verkleuren, en door groeipunten die beschadigen. Dit leidt tot vertraagde groei, verwelking of afsterven van de plant. Daarom is in 2021 het Vlaio-project NeViCON (HBC.2020.3183) gestart om de beheersing van de stinkwants te onderzoeken.
Uit de eerste experimenten bleek dat minder dan twee wantsen per plant al voldoende zijn om vruchtschade te veroorzaken. Een efficiënte monitoringsmethode of bestrijdingsstrategie ontbreekt echter nog. De stinkwants kan alleen mechanisch bestreden worden of met breedwerkende chemische middelen. Helaas is dit niet heel efficiënt, omdat de stinkwants zich, buiten het gewas, ook over de hele serre verspreidt. Recent is er een biologische bestrijder op de markt gebracht: Trissolcus basalis, een sluipwesp, waarvan één vrouwtje een hele eimassa van de stinkwants kan parasiteren. Het gebruik hiervan is echter duur en arbeidsintensief, omdat de sluipwesp zich niet zelfstandig in de kas kan handhaven en herhaaldelijk opnieuw moet worden uitgezet.
Als alternatief hebben we vorig jaar Podisus maculiventris getest, een oude bekende die vroeger werd gebruikt voor de bestrijding van Chrysodeixis chalcites (Turkse mot) en bladluizen. Uit onze proeven bleek dat hij ook prima in staat is de stinkwants te bestrijden. Dit jaar hebben we een tweede proef gestart om onze eerste resultaten te bevestigen en de combinatie van de sluipwesp met de roofwants te testen voor een dubbele bestrijding van de stinkwants. In toekomstige proeven zal ook nog uitgeklaard moeten worden wat de beste bijvoederstrategie hiervoor is.
We zijn bijna halfweg binnen het project over de beheersing van ToBRFV op de Vlaamse tomatenbedrijven, kortweg 'B2B'. Om een inzicht te krijgen in de huidige situatie op de teeltbedrijven, stelden we een enquête op. De enquête kan ingevuld worden via onderstaande link en is volledig anoniem.
Op donderdag 5 september 2024 (13h - 16h) organiseren we vanuit Proefcentrum Hoogstraten ons volgende geleid bezoek voor tomaat. Tijdens dit geleid bezoek zullen we starten met een toelichting bij de rassen tomaat. Nadien volgen enkele presentaties met resultaten uit het onderzoek. Dit jaar zullen we het geleid bezoek combineren met een demo voor het ENERGLIK project, waarbij het mogelijk zal zijn om de teeltproef bij paprika te bezichtigen. In deze proef testen we een energie-balancerend schermsysteem in combinatie met een ontvochtigingssysteem en aangepaste sturing. Een uitnodiging met het exacte programma en inschrijvingslink zullen later nog volgen..
Van den Steen et at, PTN13 2024
Op PSKW en PCH liggen weer rassenproeven paprika aan. De proef bestaat uit veertien rassen: zeven rode, vijf gele en twee groene.
Van Heghe, PTN13 2024
Bij de trostomaten zijn Bronski, EZ 3412 en Climbo de rassen met de hoogste productie. In het Prince segment doet EZ 3415 het productief net iets beter dan Tobinaro. Bij Baron zien we een sterke gelijkenis tussen Falkland en Normanby, bij zowel de planten als de vruchten.
Veerle Neefs, PTN13 2024
Het beste tijdstip om CO2 in te zetten in de teelt is meestal niet het moment dat de verwarming draait. Bij Thomas More ontwikkelden ze daarom een CO2-afvangstinstallatie die CO2 uit rookgassen kan opconcentreren en tijdelijk opslaan.
Reher et al, PTN13 2024
Nieuwe sensoren ontwikkeld aan de KU Leuven kunnen gewasbewegingen per plant opvolgen, en geven een precieze inkijk in het stressniveau van het gewas. De sensoren staan op punt in het labo, zijn inmiddels draadloos gemaakt en worden nu getest in de praktijk.
Julie Moelants, PTN13 2024
Afgelopen jaren varieerden de onderzoeksvragen, waarbij de focus verschoof van lichtverdeling en -doordringing naar optimale belichtingsstrategieën. Lampenleveranciers investeerden ook in innovatie en ontwikkelden dynamische lampen die het mogelijk maken om voor elke teler een aangepast belichtingsregime te creëren.
Huysmans et al, PTN13 2024
Dankzij de Trap-Eye van Biobest is het sinds kort mogelijk om een deel van de monitoring te automatiseren. Daarnaast kunnen de monitoringsdata gebruikt worden om modellen op te stellen die populaties van plagen en nuttigen zullen kunnen voorspellen. Dit kan telers ondersteunen in het bepalen van de meest geschikte IPM-strategie