NL

C-RootControl

Over het voorkomen van gekke wortels in  Europese landen, is er echter weinig objectieve en/of gepubliceerde informatie voorhanden. Het C-IPM project stelt ons in staat om de bevraging uit te breiden naar telers uit andere Europese landen, zodat op basis van gegronde informatie een juiste inschatting gemaakt kan worden van het probleem van gekke wortels, de symptomen en de economische kost die hiermee gepaard gaat. De verspreiding van de diverse isolaten kan bekeken worden op Europese schaal. Dit levert heel wat additionele informatie op die ons in staat moet stellen om een correlatie te maken tussen het genotype en een aantal fenotypische kenmerken. Op die manier kan een monitoring tool ontwikkeld worden die op een snelle manier rhizogene Agrobacteria kan detecteren en bovendien een inschatting kan maken met de ernst van de symptomen die dit isolaat kan teweegbrengen. Het spreekt voor zich dat een dergelijke monitoringstool een grote meerwaarde kan betekenen voor de Vlaamse sector. Op basis van de identificate van een specifiek isolaat kan vervolgens een geschikte management strategie voorgesteld worden. 

In het C-IPM project  tijd besteed aan screening van BCO’s met antagonistische activiteit tegen rhizogene Agrobacteria. Een grote meerwaarde in de Europese samenwerking ligt in de samenwerking dr. Matthias Lutz (Agroscope, Zwitserland), die een expert is op gebied van biocontrole organismen. Het laboratorium voor Microbiële Procesecologie en –beheersing (PME-BIM, KU Leuven) heeft dan weer heel wat expertise opgebouwd rond de karakterisatie van microbiële gemeenschappen in complexe niches. Deze complementaire expertise biedt opportuniteiten om met behulp van een metagenetics analyse van de stalen van besmette en niet-besmette serres meer inzicht te verkrijgen in de microbiële ecologie van zowel de pathogeen als eventuele BCO’s. 

Ook zal er gescreend worden naar nieuwe innovatieve en duurzame middelen om biofilms te bestrijden, wat het expertisegebied van de Franse projectpartner is. Deze complementaire aanpak van de Franse partner is eveneens een meerwaarde voor het huidige LA-project. Bocendien kunnen de gevonden middelen ook getest worden op pilootschaal door PME-BIM. Er is dus duidelijk een wisselwerking tussen deze twee transnationale onderzoeksgroepen die een meerwaarde is voor het lopende LA-project. Bovendien moet deze samenwerking ook resulteren in verbeterde adviezen naar de telers toe, zowel op Vlaamse als op Europese schaal.  

 

Periode: 1 januari 2017 - 31 december 2018
Projectpartners: KULeuven, PCH, PSKW, Scientia terrae, Vegenov, Agroscope, CATE
Projecttype: CIPM


 Contactpersoon: Wendy Vanlommel en Lien Bosmans

©  Proefcentrum Hoogstraten  -  Voort 71  -  2328 Meerle  -  België
Tel: +32 (0)3 315 70 52  -  Fax: +32 (0)3 315 00 87  -  info@proefcentrum.be
website by debiek*